|
Reumatoïde artritis (RA)Het stellen van de diagnose reumatoïde artritis (RA)Voor het stellen van de diagnose zal naast een uitgebreide anamnese (vraaggesprek tussen patiënt en reumatoloog) een lichamelijk onderzoek plaatsvinden met specifieke aandacht voor gewrichten en rug. Veelal wordt ook bloedonderzoek gedaan en worden röntgenfoto's gemaakt. BloedonderzoekBij een gewrichtsontsteking kunnen de bezinking BSE en/of de CRP-waarde in het bloed stijgen. Grofweg kan men zeggen dat hoe ernstiger de ontsteking (grote gewrichten) is, hoe hoger de BSE en/of CRP-waarde zijn. De BSE en/of de CRP-waarde worden met name gebruikt om het verloop van de reumatische ontstekingen te volgen en niet zozeer om de diagnose te stellen. Vaak zijn BSE en CRP namelijk niet of nauwelijks verhoogd terwijl er toch sprake kan zijn van reumatoïde artritis. ReumafactorenHet bloed kan ook onderzocht worden op de aanwezigheid van reumafactoren. Reumafactoren zijn bepaalde eiwitten die geproduceerd worden door cellen van het afweersysteem. Deze kunnen met name voorkomen bij reumatoïde artritis. 60 tot 70 procent van de patiënten met beginnende RA heeft deze eiwitten (reumafactoren) in het bloed. Als deze reumafactoren aanwezig zijn, dan is de kans aanwezig dat de ziekte iets ernstiger verloopt. De reumafactoren zijn bijvoorbeeld IgM (Immunoglobuline M) en anti-CCP (ook antistoffen). Classificatie criteria RAHet American College of Rheumatology (ACR) heeft criteria opgesteld aan de hand waarvan de diagnose reumatoïde artritis bepaald kan worden, dit worden de classificatie criteria genoemd. De ziekte RA wordt geacht aanwezig te zijn als aan vier van de zeven ACR-criteria is voldaan:
Lees verder over de behandeling van reumatoïde artritis. (advertenties)
|
(advertenties)
Alle MediStart websites
|
